Aardpeer soorten
De aardpeer (Helianthus tuberusus) is eigenlijk een vergeten groente. Deze sterk op een zonnebloem (Helianthus annuus) lijkende plant maakt ondergronds een grote tros met knolletjes. Net als de zonnebloem kan de aardpeer ook gele bloemen maken in het najaar. Dat de aardpeer zo op een zonnebloem lijkt is ook niet heel gek. De aardpeer is namelijk familie van de zonnebloem. Beiden dragen de wetenschappelijke voornaam Helianthus.
Ook de aardpeer kan vrij hoog worden. Een meter of twee tot drie hoog, is niet bepaald ongewoon. De aardpeer wordt ook wel topinamboer genoemd. In het Engels heet de aardpeer ook wel "Jeruzalem artichoke". De smaak doet enigszins denken aan die van een artisjok.
Aardpeer zaaien en planten
Wanneer kan je aardpeer zaaien?
Aardpeer zaaien of voorzaaien/voorkiemen kan onder glas van januari tot maart.
Wanneer kan je aardpeer planten?
Aardpeer planten of uitplanten op de bestemde plek kan buiten van februari tot mei.
Aardperen planten kan in principe het hele jaar door. Als je aardperen over hebt kan je ze terug planten, ook in de winter. Ze blijven goed zo lang ze in de grond zitten. Wanneer je ze opgraaft zijn ze maar heel kort houdbaar. Aardperen planten we voor de teelt in het voorjaar. De oogst valt dan in het najaar, tegen de winter aan.
Je hebt maar heel weinig aardperen nodig voor een mooie oogst. Van slechts één aardpeer, dus van één plant, komt tot wel vijf kilo aardperen. Met één plant, vanuit één knolletje, kan je straks dus een heel gezin voeden. Zelf oogsten we meestal ruim 10 kilo van slechts 3 knolletjes, dus van drie planten.
Je kunt het beste aardperen planten in het voorjaar. Doe dit bij voorkeur ook in een grote bak of kuip met grond. Aardperen maken voor zo ver bekend geen zaden na de bloei. De bloemetjes zijn er dus enkel voor de insecten. Aardperen vermeerderen zich via de knollen en kunnen op die manier door de grond gaan woekeren.
Aardperen voorkiemen in potjes of een doosje
Aardperen planten we vaak vooraf in kweekpotjes of we leggen ze in een kartonnen doosje. Zo lang ze vochtig blijven kunnen ze mooi uitlopen. Regelmatig besproeien en je ziet al snel kleine (groene) puntjes uit de knollen komen. Wanneer de puntjes iets groter zijn, of wanneer ze boven de grond uitkomen in kweekpotjes, dan kan je de aardpeer planten.
Aardpeer planten in de grond of grote pot
In het voorjaar kan je een aardpeer planten in een grote kuip of in de vollegrond. Dit kan met een bollenplanter. Als je de aardperen hebt laten uitlopen zet je ze altijd met de groene puntjes omhoog in de aarde of potgrond. Graaf een paar gaten en zet de aardperen daar rechtop in. Druk de gaten weer dicht en houd de grond ook dan steeds goed vochtig.
Per vierkante meter kan je ongeveer 4 tot 7 aardpeer planten laten groeien in de volle grond. In rijen kan je ongeveer 2 tot 4 aardpeer planten per strekkende meter laten groeien in de volle grond.
Aardpeer standplaats en verzorgen
Zelf aardpeer kweken is heel makkelijk, Aardperen planten we op een plekje in de halfschaduw of zelfs op een schaduwrijke plek. Geef je aardperen regelmatig water (zie verderop). Bemesten is niet nodig maar kan bijdragen. Bedenk je wel dat aardperen heel hoog worden. Dit kan voor meer schaduw zorgen bij andere planten.
De aardperen plant heeft verder weinig nodig en kan zelfs gaan woekeren. Bij voorkeur oogsten na de eerste vorst en de grond goed doorzoeken op achtergebleven knolletjes. Je kunt aardperen kweken in een grote kuip met aarde. Dan kan je elk jaar wat aardperen in de kuip laten zitten, die volgend jaar verder kunnen groeien.
De aardpeer is hele naaste familie van de zonnebloem. De groeiwijze is dan ook identiek met dezelfde recht opgaande stengel, een hoge plant en hetzelfde soort bladeren.
Aardpeer combinatieteelt en wisselteelt
Aardpeer
Voor het kweken van aardpeer zou je wisselteelt kunnen gebruiken.
Aardpeer is een wortel- of knolgewas. De ideale voorteelt is een vruchtgewas en de ideale nateelt is een aardappelsoort of peulgewas volgens het wisselteelt schema.
Aardpeer goede buren
Aardpeer kweken kan goed samen met
doperwt
kapucijners,
komkommer,
linzen,
maïs,
peul
pronkboon,
slaboon,
tuinboon,
als je gebruik maakt van combinatieteelt.
Aardpeer slechte buren
Aardpeer heeft geen nadrukkelijk slechte buren.
Aardpeer water geven
Geef je aardperen regelmatig water. Zorg in elk geval dat de grond niet helemaal opdroogt, maar sla steeds een waterbeurt over als de grond nog erg vochtig is. Per keer kan je 2 tot 3 liter water geven. Aardperen in potten en bakken geef je vaker water omdat de grond iets sneller opdroogt. Zeker in de zomer let je daarom extra goed op het water geven.
Zorg bij het water geven van je aardperen dat de plant ook niet verzuipt. Aardperen vullen zich voor een deel met vocht, maar te veel water kan rot veroorzaken. Dit remt de groei of levert in het ergste geval een paar dode planten op. Als de aardpeer gele bladeren krijgt dan kàn het door te veel water komen, al hoeft dat natuurlijk niet altijd zo te zijn.
Aardpeer grondsoort en bodem
In principe groeien aardperen overal en dat maakt de aardperen plant een makkelijke plant in je moestuin. Toch gaat de voorkeur uit naar een losse en doorlaatbare grond. Hierin kunnen de knolletjes veel makkelijker groeien en kan je straks ook meer en mooiere aardperen oogsten.
De aardpeer heeft ook een voorkeur voor lichtzure of neutrale grond. Geen probleem als je een kalkrijke grond hebt, het is een voorkeur. Je kunt bijvoorbeeld een beetje tuinturf gebruiken om de bodem iets zuurder te maken. Doe dit dan wel heel gedoseerd, zodat het niet te zuur wordt.
pH
Aardpeer tolereert bodems waarvan de pH-waarde tussen deze twee waarden in ligt. Links is zuur en rechts is basisch. Lees ook: Wat is pH?
Aardpeer bemesten
Aardperen bemesten is in principe niet nodig. Wel kan extra kalium bijdragen aan de wortelgroei, dus de ontwikkeling van de knolletjes onder de grond. Wil je de aardpeer toch bemesten, geef dan een gebalanceerde meststof met gelijke delen stikstof, fosfaat en kalium of juist met iets meer kalium. Geef ook niet te veel stikstof.
Voor het bemesten van aardpeer adviseren we bij benadering de samenstelling stikstof (N), fosfaat (P) en kalium (K) 8-8-10 . Dit is ons advies en geen vereiste. Je kunt zelf mest mengen naar verhouding. Lees ook: Wat is NPK mest?
Aardpeer bloei en bestuiven
Wanneer bloeit aardpeer? Aardpeer bloeit doorgaans van juni tot november.
Aardperen bestuiven hoeft niet voor het kweken van je eigen aardperen. Voor een eventuele zaadteelt is dit wel vereist, ook al zaaien we aardperen eigenlijk helemaal nooit. Je kunt aardperen veel makkelijker vermeerderen door knolletjes uit te graven en deze elders te planten. Of je laat de knolletjes in de grond tot volgend jaar.
De aardpeer is voor de bestuiving een makkelijke plant. De plant is éénhuizig en maakt zelfs tweeslachtige bloemen. Voor de bestuiving zijn dus geen mannelijke en vrouwelijke planten nodig. Ook maakt de aardpeer geen mannelijke of vrouwelijke bloemen. De aardpeer is goed zelfbestuivend.
De bloemen van de aardpeer lijken op baby-zonnebloemetjes. Aardperen kunnen zeer uitbundig bloeien. Nadat de langste dag van het jaar is geweest, bloeit de aardpeer soms tot ver in de herfst. Zo lang aardperen blijven groeien, blijven ze ook nieuwe stengels met bloemknoppen maken. Deze slaan steeds kort na elkaar open.
Aardperen worden net als zonnebloemen bestoven door insecten. Vooral bijtjes en hommeltjes houden heel erg van de bloemen. Ze komen net als bij zonnebloemen massaal af op de bloemen van je aardpeer. De aardpeer maakt dan meerdere vertakkingen waar bloemen aan komen, vanuit de top van de plant.
Wanneer aardpeer oogsten
Wanneer kan je aardpeer oogsten? Doorgaans doe je dit van september tot januari.
Over dit filmpje: Steek een spitvork ruim naast de plant en wip de wortelkluit omhoog. Trek de aardperen los van de wortelkluit. Spoel de aarde van de aardperen af. Je kunt de aardperen kort bewaren. Bewaar aardperen met aarde in een kistje, in de schuur of gewoon in de grond.
Van één plant oogst je een paar tot soms wel vijf kilo aardperen. De oogst van het bovenstaande filmpje bedroeg ruim 10 kilo van slechts 3 planten. Uiteraard hebben we veel weggegeven. Je hebt dus ook echt niet veel aardperen nodig om een leuke oogst over te houden.
In principe kan je het hele jaar door aardperen oogsten en zelfs een aardpeer planten. Aardperen blijven in de grond namelijk lang goed. Wanneer je ze opgraaft zijn ze maar kort houdbaar. Door in het voorjaar te poten kan je hetzelfde jaar nog aardperen oogsten. Dit kan vanaf de vroege herfst, maar liever in de winter na de eerste vorst.
Aardperen smaken beter als er vorst overheen is geweest. Door na de eerste vorst te oogsten krijg je lekkerdere aardperen.
Op stevige grond krijg je de aardperen niet zomaar los. Je kunt dan beter een spitvork gebruiken om de aardperen los te wippen. Bij losse grond kan je vaak de plant aan de stengel uit de grond trekken. In de winter sterft de aardperen plant bovengronds af maar de knolletjes die je laat zitten, groeien volgend jaar verder.
Als je niet wilt dat je aardpeer gaat woekeren, dan kan je beter alle knolletjes uit de grond halen. Aardperen die je laat zitten maken straks nieuwe stengels en nieuwe knolletjes.
Aardpeer gebruiken en bewaren
Hoe gebruik je aardperen? Aardpeer is moeilijk te schillen. De schil is namelijk niet mooi egaal zoals bij een aardappel, maar erg oneffen en gebobbeld. Je kunt aardperen rauw eten, maar ook in een ovenschotel verwerken. De aardpeer kan zelfs worden gekookt, of gebakken in schijfjes zoals je bij aardappelen ook doet. Ook kunnen aardperen worden gestoofd. Rauw bevatten aardperen inuline. Ons lichaam kan dit niet opnemen en de bloedsuikerspiegel wordt dan dus niet verhoogd.
Aardpeer houdbaarheid
Hoe lang zijn aardperen houdbaar? In de koeling blijft een aardpeer maximaal 2 weken vers, in een gesloten bakje of (plastic) zak. Doe je dit niet, dan zullen aardperen sneller uitdrogen. Het beste is om aardperen direct na het uitgraven schoon te maken en te gebruiken. Vers blijft natuurlijk het lekkerste.
Aardpeer ziektes en plagen
Net als bij zonnebloemen heeft de aardpeer weinig last van ziektes en plagen. Waar je bij zonnebloemen mogelijk last krijgt van muizen of vogels, die jouw pitjes opeten, hoef je je bij aardperen zelden zorgen te maken. Wel kunnen er beestjes onder de grond leven die de knollen aantasten. Dit zijn meestal veenmollen, een soort ondergronds levende insecten.